STRAFKAMP
PORT NATAL 1944-1945

CONTACT

TEXELAARS IN ASSEN

Deze foto's van de vrije ploeg tijdens hun werkzaamheden aan de verdedigingswerken langs het Noord-Willemskanaal zijn clandestien gemaakt door een jonge Texelaar. Op deze foto's zijn dan ook voornamelijk Texelaars te zien waarvan grotendeels de namen bekend zijn. Dit zijn unieke foto's omdat het vanzelfsprekend streng verboden was om de Duitse verdedigingswerken te fotograferen. Te zien is hoe er wordt gewerkt aan loopgraven en hoe er bomen worden gekapt en er hout wordt verzameld om de loopgraven mee te verstevigen. Op foto 4 is te zien dat de mannen op het werk hun post ontvangen en deze aandachtig wordt gelezen tijdens een pauze. Ook goed te zien is hoe nat het land was, de graafwerkzaamheden vonden plaats tijdens de herfst en winter van 1944.

Deze foto's zijn afkomstig uit het archief van de LOMT.

Begin november 1944 werden ca. 800 Texelse jongens en mannen gedwongen te werken voor de Duitsers.

 

Op 9 november 1944 komen er geruchten dat alle mannen tussen 17 en 35 jaar zich moesten melden bij de voormalige zeevaartschool. Aanvankelijk meldden zich maar weinig mannen. Toen op 10 november werd aangeplakt dat bij niet verschijnen familieleden zouden worden gearresteerd meldden zich de meeste mannen. Een aantal mannen duikt onder, maar de meesten werden door de razzia’s alsnog opgepakt. Ze zouden tewerkgesteld worden in Assen, maar dat werd de mannen vantevoren niet verteld.

 

Op 10 november vertrekt de eerste groep. Ze werden met de boot weggevoerd en moesten vanaf Den Helder en de Afsluitdijk naar Leeuwarden lopen. Een monstertocht. Ze komen drie dagen later, oververmoeid, in Leeuwarden aan. In Leeuwarden weten ze echter niet af van de komst van zoveel mannen, de Duitse organisatie was niet op orde. Vele Texelaars zakken in elkaar van emotie. Ze moeten de nacht doorbrengen op de kale vloer in de wachtlokalen van het station. Ze moeten wachten op een tweede groep Texelaars die vanaf Harlingen naar Leeuwarden moesten lopen.

 

Op 14 november worden ze met de trein via Groningen naar Assen gebracht. Daar beseffen de mannen opgelucht dat ze in Assen zullen blijven en niet naar Duitsland worden gebracht. Hun persoonsbewijzen werden ingenomen en ze worden ondergebracht in verschillende gebouwen, waaronder de Landbouwschool in de Nieuwstraat en de Dr. de Visserschool. Lang uitrusten kunnen ze niet, want ze moeten de volgende dag gelijk aan het werk. Ze moeten zich op straat opstellen in rijen van drie en ze worden ingedeeld in groepen van honderd man. Na twee uur lopen moeten ze tankgrachten graven in de omgeving van Loon.

 

Op 10 december worden de Texelaars overgebracht naar de zolder van Port Natal. Een gedeelte van de zolder was bestemd voor de vrije colonne, een ander gedeelte voor de strafcolonne waar al sinds 23 november meerdere Texelaars als strafmaatregel naar toe waren gebracht. De strafcolonne was geïsoleerd van de rest. Begin 1945 krijgen de mannen uit de vrije colonne toestemming om zelf een kosthuis te zoeken in Assen. Omdat er al meer dan 10.000 mannen aan het werk waren in Assen, ging het zoeken van onderdak niet gemakkelijk. Maar de Texelaars stonden goed bekend en het lukte velen om een geschikt kosthuis te vinden waar vaak vriendschappen ontstonden die jaren na de oorlog in stand gebleven zijn. De Texelaars vonden het ook prettig om verspreid te zijn in Assen, omdat het voor de Duitsers dan moeilijker was om de Texelaars als groep te verplaatsen.

 

Eén van de Texelaars was dhr. Lemstra. Hij was een van de zes Texelaars die een dagboek bij hebben gehouden tijdens hun verblijf in Assen. Hieronder enkele fragmenten uit dit dagboek, overgenomen uit "Port Natal, Vice Versa" van dhr. Hacquebord.

 

15 november

We lopen nog een stuk en dan zijn we op het "slagveld". Er zijn spaden tekort, dus moeten we om de beurt werken. Maar zover is het nog niet. Eerst worden we ingedeeld in eenheden van 100 man met aan het hoofd een "Kolonnenführer" (ook wel Hundertschaftsführer genoemd). Dit zijn Duitse nazi's in uniform, compleet met zo'n Duitse hoera-pet, laarzen en pistool. De uniformen zijn goudgeel en ze worden dan ook prompt "goudvinken" genoemd. Het zijn allemaal oudere Duitsers, niet meer geschikt voor frontdienst, maar kennelijk voor de O.T. nog wel bruikbaar.

De hoofdman van ons toont een treffende gelijkenis met zijn baas Hitler inclusief snor. Hoe hebben ze het zo voor ons uit kunnen zoeken!

 

16 november

Vandaag weer naar de hei. We hebben hard moeten werken. Onze moffenbaas ontpopte zich 's morgens meteen al als een echte bullebak. Het begon al met aantreden. Meteen "gebrul op niks af", want er was niks aan de hand. Op het werk helemaal kermis. Als je maar een ogenblik stil stond werd je uitgescholden alsof je de gemeenste boef was. Het laat mij siberisch, maar sommigen van ons trekken het zich nogal aan. Onophoudelijk wordt gedreigd met de "Knochenstürm" (strafcolonne) en "durch die Hände schiessen" en meer van dat fraais, als er niet hard doorgewerkt wordt. De laffe hond heeft zeker van zijn baas op de donder gehad en dat moeten wij nu ontgelden. Het gevolg is dan ook dat onze kolonne die dag het eerst klaar is. We moeten per dag een bepaald stuk graven en dat moet af. We zijn allemaal behoorlijk razend op die rotmof en wensen hem van alles toe.

 

17 november

De stemming van de goudvink is nog steeds verschrikkelijk. Als hij aankomt en "Morgen Leute" brult zwijgen we allemaal. We zijn gisteren nog niet vergeten. Laat die gek barsten! Maar meteen is het raak. Hij begint te bulderen dat, als hij goeiemorgen zegt wij dat ook behoren te doen. Hij eist het zelfs, en zo niet dan allemaal de strafkolonne in. Hij zal die "verdammte Holländer"wel een discipline bijbrengen.

 

Hieronder een interview met Texelaar Cor Swaerts (geboren 1925). Hij was een van de 800 mannen die vanuit Texel naar Assen werden gebracht. In dit fragment vertelt hij over de barre voettocht en de aankomst in Assen.